Het Nederlandse pensioenstelsel — De drie pijlers en de Wtp

Het Nederlandse pensioenstelsel is een van de meest uitgebreide ter wereld. Het rust op drie pijlers: AOW, aanvullend pensioen via de werkgever, en individuele voorzieningen. Met de Wet toekomst pensioenen (Wtp) ondergaat het stelsel de grootste hervorming in decennia. Dit artikel legt de basis voor het WFT-examen Pensioen.

Eerste pijler: de AOW

De Algemene Ouderdomswet (AOW) is de basispensioenvoorziening van de overheid. Iedere ingezetene van Nederland bouwt AOW op: 2% per jaar dat je in Nederland woont of werkt, tot een maximum van 100% na 50 jaar.

De AOW-leeftijd is gekoppeld aan de levensverwachting. In 2025 is de AOW-leeftijd 67 jaar. Vanaf 2028 stijgt deze naar 67 jaar en 3 maanden. De uitkering is afhankelijk van je leefsituatie: alleenstaanden ontvangen 70% van het netto minimumloon, samenwonenden elk 50%.

Onvolledig opbouwverleden (bijvoorbeeld door emigratie) leidt tot een korting van 2% per ontbrekend jaar. Dit is een veelvoorkomend examenvraagstuk.

Tweede pijler: aanvullend pensioen

De tweede pijler is aanvullend pensioen via de werkgever, uitgevoerd door een pensioenfonds of verzekeraar. Ongeveer 90% van de werknemers bouwt aanvullend pensioen op.

De franchise is het deel van je salaris waarover geen pensioen wordt opgebouwd, omdat de AOW dit deel al dekt. De pensioengrondslag is je salaris minus de franchise. Over deze grondslag bouw je pensioen op.

Tot de invoering van de Wtp waren er middelloonregelingen (pensioen gebaseerd op je gemiddelde salaris) en beschikbare premieregelingen (pensioen afhankelijk van de ingelegde premie en het beleggingsresultaat). De Wtp vervangt dit door twee nieuwe regelingstypen.

De Wet toekomst pensioenen (Wtp)

De Wtp, ingegaan op 1 juli 2023, is de grootste pensioenhervorming in decennia. De kern: alle pensioenregelingen worden premiegebaseerd met een leeftijdsonafhankelijke premie. Er zijn twee nieuwe regelingstypen:

De solidaire premieregeling: collectief beleggen met een solidariteitsreserve. Risico's worden gedeeld. Geschikt voor pensioenfondsen die solidariteit belangrijk vinden.

De flexibele premieregeling: individueel pensioenkapitaal met meer keuzevrijheid. Deelnemers hebben een eigen pensioenpot die individueel wordt belegd.

Beide regelingen kennen leeftijdsonafhankelijke premie — iedereen betaalt hetzelfde premiepercentage, ongeacht leeftijd.

Invaren en compensatie

Invaren is het omzetten van bestaande pensioenaanspraken naar het nieuwe systeem. Werkgevers en werknemers beslissen samen of dit gebeurt. De invaardatum is de datum waarop de omzetting plaatsvindt.

De transitie kan nadelig zijn voor werknemers tussen 40 en 55 jaar: zij betaalden in het oude systeem relatief veel premie maar profiteren in het nieuwe systeem minder lang van de beleggingsrendementen. Werkgevers en werknemers beslissen of en hoe deze groep wordt gecompenseerd.

Het transitieplan beschrijft de keuze voor regelingstype, premiehoogte, invaarmoment, compensatieregeling en communicatieplan. Uiterlijke deadline: 1 januari 2028.

Derde pijler: individuele voorzieningen

De derde pijler omvat individuele pensioenvoorzieningen waarvoor je fiscaal gefaciliteerd kunt sparen. De belangrijkste zijn lijfrente en banksparen.

Jaarruimte is de ruimte die je hebt om fiscaal aftrekbaar te sparen voor je pensioen, berekend op basis van je inkomen en je pensioenopbouw in de tweede pijler. Reserveringsruimte is onbenutte jaarruimte uit voorgaande jaren.

Bij het WFT-examen moet je de berekening van jaarruimte kennen, het verschil tussen lijfrente en banksparen begrijpen, en weten wanneer de derde pijler zinvol is als aanvulling op de eerste en tweede pijler.

Veelgestelde vragen

Wat zijn de drie pijlers van het pensioenstelsel?
De eerste pijler is de AOW (basispensioen van de overheid). De tweede pijler is aanvullend pensioen via de werkgever. De derde pijler is individueel pensioensparen, zoals lijfrente en banksparen.
Wat verandert er door de Wet toekomst pensioenen (Wtp)?
De Wtp vervangt het huidige systeem van vaste uitkeringen door een premieregeling met persoonlijke pensioenpotten. De transitie moet uiterlijk 1 januari 2028 zijn afgerond.
Direct oefenen?

Ga naar de proefexamens en test je kennis met 50 vragen per examen.

Kies een module

Gerelateerde proefexamens